
Normale geboorte
De lichaamstemperatuur zakt ongeveer 24 uur voor het begin van de geboorte tot ongeveer 37ºC. De eerste tekenen van de bevalling zijn: rusteloosheid, aan de vulva likken, krabben in de werpkist, vaak plassen en janken/piepen/blaffen/miauwen. Tijdens de weeën liggen honden en katten op hun zij. De uitvloeiing is aanvankelijk helder, en wordt geleidelijk bloederig. De meeste dieren (honden én katten) werpen in een tijdsbestek van 2 tot 6 uur hun nestje, waarbij we tussen de jongen intervallen van 10 minuten tot anderhalf uur zien. Langere intervallen zijn niet normaal. Na iedere geboorte hoort een placenta af te komen; soms echter zie je na enkele pups enkele placenta’s tegelijk afkomen. Het is normaal dat de moeder placenta’s en vruchtvliezen op eet, maar dit kan wel diarree veroorzaken. De meeste fokkers laten hun teefje binnen 24 uur na de geboorte bekijken door een dierenarts, die dan meestal wat medicijnen toedient om baarmoederonsteking te voorkomen en eventueel de melkproduktie wat op te peppen.
Abnormale geboorte
Een moeilijke geboorte (=dystocia) wordt gekenmerkt door:
1. Sterke persweeën gedurende 1 uur, zonder geboorte,
2. Meer dan 1 uur tussen de geboortes,
3. Het slechts gedeeltelijk uitpersen van een jong,
4. Bloederige uitvloeiing zonder dat er een pup geboren wordt,
5. Groen/zwarte uitvloeiing,
6. Over tijd zijn (sommige dieren zijn aan het jongen, zonder iets te laten zien, waarbij de hele worp dood gaat omdat de geboorte niet vlot.
7. Minder pups werpen dan op de echo was voorspeld.
In deze gevallen moet het dier door een dierenarts onderzocht worden.
Moeilijke geboortes zien we vooral voor bij bepaalde rassen: Bulldoggen, Lhasa Apso, Shitzu, Chihuahua, maar ook bij andere dwergrassen en brachycefale rassen. Ook bij dekkingen waarbij de reu veel groter was dan de teef zie je vaak problemen. Verlengde draagtijd kan wijzen op een probleem. In dat geval kan het verstandig zijn een echo te laten maken, om te kijken of het dier drachtig is, en of de vruchten leven, en hoe groot ze zijn. Als een normale geboorte in deze gevallen niet mogelijk lijkt, kan al van tevoren een keizersnede gepland worden.
Indicaties voor de keizersnede (=sectio caesarea):
1. Verlengde draagtijd: na 69 dagen volgt een keizersnede
2. Bekkenvernauwing, zoals bij bepaalde rassen (Bulldog, Pers), bij oude
bekkenfracturen.
3. Te grote vruchten
4. Sterke weeën zonder dat er een pup geboren is (max. 45-60 minuten)
5. Weeënzwakte: geboorte zet niet door, terwijl het al lang aan de gang lijkt.
6. Afwijkingen aan de vruchten (echo/foto).
7. Een voorgeschiedenis van problemen bij de geboorte.
8. Ziekte van de moeder.
De teef is al snel na de operatie in staat om zelf voor de pups te zorgen. Tijdens het wakker worden moet de teef in de gaten gehouden worden omdat de reactie op de pups soms niet te voorspellen is.
Uiteraard is er nog veel meer over de gang van zaken rond de geboorte te vertellen. Hiervoor kan men o.a. het zeer waardevolle boekje “Rond de werpkist” raadplegen.