
Ieder jaar opnieuw worden wij in de dagelijkse praktijk geconfronteerd met een aantal gevallen van het maagdilatatie-torsie syndroom, of kortweg: de maagtorsie.
Het is een kwaal die vooral bij de grote rassen optreedt, maar ook bij middelgrote rassen komt het voor. Iedere eigenaar van een wat grotere hond zou zich het onderstaande goed ter harte moeten nemen, om te weten wat voor actie er ondernomen moet worden als de verschijnselen van een maagtorsie zich voordoen.
De oorzaak van de aandoening is onbekend, maar duidelijk is dat teveel eten en/of drinken in één keer, zeker als er daarna nog een flink gestoeid, gerend of gespeeld wordt de kans op het optreden van een maagtorsie aanzienlijk vergroot.
De maagtorsie is een aandoening die over het algemeen snel tot een alarmerend ziektebeeld leidt, en zonder behandeling sterven de meeste dieren binnen enkele uren.
De maagtorsie begint met een snelle ophoping van gas in de maag, die daardoor flink uitzet (de dilatatie). De uitgezette maag kantelt vervolgens rond haar ophangbanden, waardoor in- en uitgang van de maag dicht geschroefd worden en het gas er niet meer uit kan. De bloedvoorziening van de maag en de milt, die meestal mee kantelt, raakt afgesloten. De uitgezette maag drukt via het middenrif tegen de borst, waardoor de hond moeilijker kan ademhalen, en drukt op de grote aders in de buik, zodat het bloed moeilijker terug kan stromen naar het hart. De steeds verder toenemende druk op de borstorganen, en de steeds slechter worden bloedcirculatie zorgen er uiteindelijk voor dat het dier in shock raakt, buiten bewustzijn raakt en sterft.
Behandeling van een maagtorsie is in veel gevallen (let wel: niet altijd!) succesvol, mits de eigenaar de symptomen op tijd onderkent en actie onderneemt! Het belangrijkste kenmerk van een maagtorsie is de sterk toegenomen buikomvang. Honden met een maagtorsie worden haast met de minuut dikker. Tikken op de rechter buikwand, net achter de ribben, laat een hol geluid horen, alsof je op een trommel tikt. De buik staat strak gespannen. Verdere verschijnselen: niet eten, loze braakpogingen, veel uitrekken, buikpijn, onrustigheid, niet durven te gaan liggen, en uiteindelijk collaps.
Als men deze combinatie van symptomen bij een hond vaststelt, dient onmiddellijk contact met een dierenarts opgenomen te worden; er is geen tijd te verliezen. Probeer niet uw dierenarts te verleiden om naar u thuis te komen; dit betekent een onnodig, vaak fataal tijdverlies. Bij de dierenarts aangekomen wordt na het stellen van de diagnose getracht om zo snel mogelijk de druk van de opgezette maag te halen. Soms lukt het nog een slang via de slokdarm in de maag te krijgen, maar vaak moet de maag via de rechter buikwand met een lange holle naald aangeprikt worden. Verder wordt een infuus aangelegd om de bloedcirculatie te bevorderen. Daarnaast worden medicijnen tegen de shock gegeven. In een aantal gevallen moet de hond, zo gauw de conditie van het dier het toelaat, geopereerd worden om de maag (en de milt) weer terug te draaien; hierbij wordt de maagwand, of de ophangband van de maag aan de buikwand vastgezet, om herhaling te voorkomen.Tegenwoordig wordt dit vaak via een ‘kijkoperatie’ gedaan, waarbij slechts een paar kleine openingen in de buik gemaakt worden. Hierbij moet vermeld worden dat ook bij honden die geopereerd zijn in 30% van de gevallen later toch weer een maagtorsie optreedt, waarbij de hechtingen gewoon afscheuren. Iedere hond die een maagtorsie heeft gehad, heeft een aanzienlijk grotere kans om er weer een te krijgen, dan een hond die nooit een maagtorsie heeft gehad!
De herstelfase na een maagtorsie is er één vol risico’s. Veel honden krijgen na een succesvolle behandeling problemen door beschadigingen van de maag, de lever of de alvleesklier. Verder liggen infecties en een abnormaal hoge bloedstolling op de loer. Dat is de reden dat zulke honden eigenlijk altijd een paar dagen onder observatie in een dierenkliniek moeten blijven.
Preventie van een maagtorsie is moeilijk, omdat de ware toedracht van de kwaal niet echt bekend is. Toch zijn er een aantal factoren waarvan bewezen is dat ze een rol spelen:
1. Het ras: grotere honden met een diepe borstkas, zoals Duitse dog, Sint Bernard, Weimaraner, Ierse Setter, Dobermann, Duitse herder, Berner Sennenhond, Rottweiler, lopen meer risico.
2. Eetfrequentie: hoe meer maaltijden per dag, hoe kleiner het risico. Honden die slechts één maal per dag eten hebben een grotere (uitgerekte) maag, en krijgen sneller een maagtorsie.
3. Manier van eten: schrokkerige honden lopen meer risico, waarschijnlijk omdat ze al meer lucht inslikken dan een rustige eter. Op zich kun je hier als eigenaar natuurlijk niet veel aan doen.
4. Temperament van de hond: nerveuze honden lopen meer risico.
5. Stoeien/spelen na het eten. Honden moeten rusten na een maaltijd. Eérst spelen, dan eten, dan slapen, en niet andersom! Heel bekend is het voorbeeld van de hond die uit het pension opgehaald wordt: thuisgekomen slobbert het dier een grote bak water leeg, en gaat dan in de tuin spelen en van zijn herwonnen vrijheid genieten, terwijl de baasjes rustig de vakantiespullen uit de auto ruimen, om vervolgens (te laat) hun zowat ontplofte viervoeter achter in de tuin te vinden!