Volgende inloopspreekuur Vandaag om 13:30 - 14:00

Openingstijden / Inloopspreekuren

Meer informatie bij een spoedgeval

Dierenambulance Eindhoven

Als u zelf geen vervoer hebt, kunt u voor vervoer van spoedgevallen ook de dierenambulance bellen:
Dierenambulance Eindhoven: 0900 – 1120000

Allergische reacties

Allergische reacties die tot grote problemen kunnen leiden zijn anafylactische reacties, waarbij het afweer systeem massaal in actie komt tegen een op zichzelf onbenullige oorzaak. We praten hier dus niet over wat jeuk ten gevolge van een vlooien- of huismijt-allergie, maar over een acute levensbedreigende situatie.
Bekend zijn entreacties, insectenbeten, bepaalde voedselallergieën en contactallergieën.

Verschijnselen: zwelling van het gezicht, oogleden, oren, lippen. Roodheid van de huid, veel jeuk, soms diarree en/of braken. De verschijnselen ontwikkelen zich snel, binnen 20 minuten na het contact met de veroorzakende stof. In extreme gevallen raakt het dier in shock.

Anafylactische shock is een snelle ernstige reactie van het lichaam, die zonder behandeling snel tot de dood leidt! Verschijnselen: acute collaps, bleke slijmvliezen, snelle zwakke pols, koude voeten en coma. Entreacties en bijensteken zijn de meest voorkomende oorzaken van anafylactische shock. Dit is één van de redenen waarom een enting door een dierenarts moet worden gegeven. De reactie ontstaat namelijk zeer snel na de enting, men is dan nog niet onderweg naar huis. Een anafylactische shock is dodelijk als de dierenarts er niets aan doet.
Bij een anafylactische shock is bij honden de lever het belangrijkste ‘shockorgaan’, bij katten is dat de darm en de longen. D.w.z. dat zich in deze organen massaal de reserve bloedvaten openen, zodat de bloedsomloop stagneert.

Braken en diarree

Braken en diarree zijn geen ziektes, maar symptomen van een ziekte. Niet alleen de gevolgen van braken en/of diarree moeten bestreden worden, maar ook de oorzaak, de achterliggende ziekte.

Braken

Braken is één van de meest voorkomende symptomen van afwijkingen aan het maag-darmkanaal die we bij dieren tegenkomen. Braken is vooral een teken van maagslijmvliesontsteking, en kan opgewekt worden door het eten van maagirriterende stoffen. Braken kan ook opgewekt worden door irritatie van het braakcentrum in de hersenen. Wagenziekte en toxinen (giftige stoffen) die vrijkomen bij ziekteprocessen elders in het lichaam kunnen braken veroorzaken, zonder dat het maagdarmkanaal iets mankeert.
Braken wordt meestal vooraf gegaan door misselijkheid, die zich kenmerkt door kwijlen en veel smakken met de lippen. Daarna komen de buikbewegingen, en wordt de maag leeg gegooid. Na het uitgooien van de maaginhoud volgt helder braaksel met maagsappen. Als het braken aanhoudt, zien we gal in het braaksel komen; het wordt dan geel-schuimig. Nog later zien we kleine vlokjes bloed in het braaksel. Braaksel dat naar ontlasting ruikt wijst op (ernstige) darmproblemen, o.a. afsluiting (ileus). Van belang is het om te weten of het om echt braken gaat of om zogenaamd ‘regurgiteren’.

Regurgiteren is het opgeven van voer/speeksel/water dat niet in de maag is geweest. Het lijkt op braken, maar gaat niet gepaard met de golfbewegingen van de buik, en gebeurt meestal meteen na voer- of wateropname. We zien regurgitatie bij slokdarmafwijkingen, bv afsluiting door een tumor of een stukje bot o.i.d., en bij slokdarmverlamming.
Als een dier braakt verliest het flinke hoeveelheden vocht en zout. Dit leidt vrij snel tot stofwisselingsproblemen. Het voorkómen van water- en voeropname is de beste manier om braken te voorkomen. Ze willen graag drinken, zodat ze kunnen braken, maar per saldo verliezen ze door het uitbraken van hun water méér water dan ze opgenomen hebben!
Voer 24 uur wegzetten is het beste. Water in hele kleine beetjes regelmatig geven.

Hoe kun je controleren op uitdroging ?

  1. Turgor: de elasticiteit van de huid. Pak de huid van de nek/rug op en laat los: moet snel weer op z’n plaats vallen; als er een ‘kam’ blijft staan is er sprake van uitdroging.
  2. Ogen: Als ze ‘weggezonken’ lijken, is het dier uitgedroogd.
  3. Tandvlees: wrijf met je vinger over het tandvlees. Droog? Uitgedroogd!
    Uitgedroogde dieren moeten met spoed behandeld worden via infusen.

Dunne-darm diarree

Het darmkanaal bestaat grofweg uit een dunne en een dikke darm. Deze twee ‘afdelingen’ geven verschillende symptomen als ze ziek zijn. De dunne darm dient om de voedselbestanddelen af te breken en om te zetten in stoffen die in het bloed kunnen worden opgenomen. Daartoe breekt de dunne darm vetten, eiwitten en koolhydraten af tot hun bouwstenen, met behulp van enzymen uit alvleeskliersap, galzouten uit de gal, maagzuur en grote hoeveelheden water.
Een slecht werkende dunne darm zorgt voor grote volumes waterige diarree. Het zieke dier kan het meestal wel ophouden, maar eenmaal buiten wordt de ontlasting als een flinke straal geproduceerd. De stank is meestal niet te harden. De diarree bestaat uit onverteerd eten, nl vetten en eiwitten. Het gaat gepaard met veel vochtverlies, en de dieren kunnen snel uitgedroogd raken. Dunne-darm diarree wordt veroorzaakt door het eten van verkeerd (bedorven) voer, virussen (parvo, corona, hondeziekte), coccidiose, vergif etc. Voorafgaand aan de diarree zie je heel vaak braken. Hele donkere diarree ziet er vaak uit als teer en dit komt door bijmenging van bloed.
Als het dier niet braakt, bestaat de behandeling uit water, licht verteerbaar eten (desnoods eerst 1 dag vasten, alleen water), en diarree-remmende medicijnen. Het licht verteerbare dieet bestaat uit witte rijst, gekookte kip, beschuit, biscuit, yoghurt, karnemelk, slappe thee enz., en als men dat te lastig vindt om te bereiden, kan men
via de dierenarts aan speciale lichtverteerbare voeding komen (ID-dieet van Hill’s is een heel goed alternatief!)
Na een dag of drie gaat men weer over op normale voeding.

Dikke-darm diarree

De dikke darm dient om de restproducten van het verteringsproces tijdelijk op te slaan en in te dikken. Verlies van deze functie(s) leidt tot een typische diarree. Dikke-darmontsteking (colitis) gaat gepaard met kleine hoeveelheden ontlasting, die met een grote frequentie geloosd worden. De hoopjes zijn klein, en zijn vaak voorzien van een slijmerige ’coating’.
Er kunnen vlokken of slierten helder rood bloed aanwezig zijn. Het dier kan de ontlasting vaak niet ophouden en perst vaak enorm op de ontlasting, net alsof er een verstopping is (net zoals wanneer ze botten gegeten hebben die vastzitten in de endeldarm). Deze toegenomen ontlastingsfrequentie met persen is typisch voor colitis, en zie je niet bij dunne-darm-ontsteking. Bovendien stinkt deze dikke-darmdiarree niet zo erg, alhoewel het natuurlijk geen fijne lucht is.
Colitis ontstaat door allergische reacties, nerveuze reacties t.g.v. stress, (zweep)wormen en bepaalde gifstoffen. Verder bij auto-immuunziekten en tumoren. Meestal is het bloed in de ontlasting geen reden tot grote zorg. Katten (meestal langharen) hebben vaak colitis met kleine hoeveelheden bloed in de ontlasting, ten gevolge van de haren in de darminhoud.
Colitis wordt vaak behandeld met vrij krachtige ontstekingsremmers. Soms is alleen een dieet met veel ruwvezel voldoende, en soms worden door de dierenarts middelen voorgeschreven die de heftige kramp verhelpen.

Geboorteproblemen

Normale geboorte

De lichaamstemperatuur zakt ongeveer 24 uur voor het begin van de geboorte tot ongeveer 37ºC. De eerste tekenen van de bevalling zijn: rusteloosheid, aan de vulva likken, krabben in de werpkist, vaak plassen en janken/piepen/blaffen/miauwen. Tijdens de weeën liggen honden en katten op hun zij. De uitvloeiing is aanvankelijk helder, en wordt geleidelijk bloederig. De meeste dieren (honden én katten) werpen in een tijdsbestek van 2 tot 6 uur hun nestje, waarbij we tussen de jongen intervallen van 10 minuten tot anderhalf uur zien. Langere intervallen zijn niet normaal. Na iedere geboorte hoort een placenta af te komen; soms echter zie je na enkele pups enkele placenta’s tegelijk afkomen. Het is normaal dat de moeder placenta’s en vruchtvliezen op eet, maar dit kan wel diarree veroorzaken. De meeste fokkers laten hun teefje binnen 24 uur na de geboorte bekijken door een dierenarts, die dan meestal wat medicijnen toedient om baarmoederonsteking te voorkomen en eventueel de melkproduktie wat op te peppen.

Abnormale geboorte

Een moeilijke geboorte (=dystocia) wordt gekenmerkt door:
1. Sterke persweeën gedurende 1 uur, zonder geboorte,
2. Meer dan 1 uur tussen de geboortes,
3. Het slechts gedeeltelijk uitpersen van een jong,
4. Bloederige uitvloeiing zonder dat er een pup geboren wordt,
5. Groen/zwarte uitvloeiing,
6. Over tijd zijn (sommige dieren zijn aan het jongen, zonder iets te laten zien, waarbij de hele worp dood gaat omdat de geboorte niet vlot.
7. Minder pups werpen dan op de echo was voorspeld.

In deze gevallen moet het dier door een dierenarts onderzocht worden.
Moeilijke geboortes zien we vooral voor bij bepaalde rassen: Bulldoggen, Lhasa Apso, Shitzu, Chihuahua, maar ook bij andere dwergrassen en brachycefale rassen. Ook bij dekkingen waarbij de reu veel groter was dan de teef zie je vaak problemen. Verlengde draagtijd kan wijzen op een probleem. In dat geval kan het verstandig zijn een echo te laten maken, om te kijken of het dier drachtig is, en of de vruchten leven, en hoe groot ze zijn. Als een normale geboorte in deze gevallen niet mogelijk lijkt, kan al van tevoren een keizersnede gepland worden.

Indicaties voor de keizersnede (=sectio caesarea):
1. Verlengde draagtijd: na 69 dagen volgt een keizersnede
2. Bekkenvernauwing, zoals bij bepaalde rassen (Bulldog, Pers), bij oude
bekkenfracturen.
3. Te grote vruchten
4. Sterke weeën zonder dat er een pup geboren is (max. 45-60 minuten)
5. Weeënzwakte: geboorte zet niet door, terwijl het al lang aan de gang lijkt.
6. Afwijkingen aan de vruchten (echo/foto).
7. Een voorgeschiedenis van problemen bij de geboorte.
8. Ziekte van de moeder.
De teef is al snel na de operatie in staat om zelf voor de pups te zorgen. Tijdens het wakker worden moet de teef in de gaten gehouden worden omdat de reactie op de pups soms niet te voorspellen is.

Maagdilatatie -torsiesyndroom

Ieder jaar opnieuw worden wij in de dagelijkse praktijk geconfronteerd met een aantal gevallen van het maagdilatatie-torsie syndroom, of kortweg: de maagtorsie.

Het is een kwaal die vooral bij de grote rassen optreedt, maar ook bij middelgrote rassen komt het voor. Iedere eigenaar van een wat grotere hond zou zich het onderstaande goed ter harte moeten nemen, om te weten wat voor actie er ondernomen moet worden als de verschijnselen van een maagtorsie zich voordoen.

De oorzaak van de aandoening is onbekend, maar duidelijk is dat teveel eten en/of drinken in één keer, zeker als er daarna nog een flink gestoeid, gerend of gespeeld wordt de kans op het optreden van een maagtorsie aanzienlijk vergroot.
De maagtorsie is een aandoening die over het algemeen snel tot een alarmerend ziektebeeld leidt, en zonder behandeling sterven de meeste dieren binnen enkele uren.

De maagtorsie begint met een snelle ophoping van gas in de maag, die daardoor flink uitzet (de dilatatie). De uitgezette maag kantelt vervolgens rond haar ophangbanden, waardoor in- en uitgang van de maag dicht geschroefd worden en het gas er niet meer uit kan. De bloedvoorziening van de maag en de milt, die meestal mee kantelt, raakt afgesloten. De uitgezette maag drukt via het middenrif tegen de borst, waardoor de hond moeilijker kan ademhalen, en drukt op de grote aders in de buik, zodat het bloed moeilijker terug kan stromen naar het hart. De steeds verder toenemende druk op de borstorganen, en de steeds slechter worden bloedcirculatie zorgen er uiteindelijk voor dat het dier in shock raakt, buiten bewustzijn raakt en sterft.

Behandeling van een maagtorsie is in veel gevallen (let wel: niet altijd!) succesvol, mits de eigenaar de symptomen op tijd onderkent en actie onderneemt! Het belangrijkste kenmerk van een maagtorsie is de sterk toegenomen buikomvang. Honden met een maagtorsie worden haast met de minuut dikker. Tikken op de rechter buikwand, net achter de ribben, laat een hol geluid horen, alsof je op een trommel tikt. De buik staat strak gespannen. Verdere verschijnselen: niet eten, loze braakpogingen, veel uitrekken, buikpijn, onrustigheid, niet durven te gaan liggen, en uiteindelijk collaps.

Als men deze combinatie van symptomen bij een hond vaststelt, dient onmiddellijk contact met een dierenarts opgenomen te worden; er is geen tijd te verliezen. Probeer niet uw dierenarts te verleiden om naar u thuis te komen; dit betekent een onnodig, vaak fataal tijdverlies. Bij de dierenarts aangekomen wordt na het stellen van de diagnose getracht om zo snel mogelijk de druk van de opgezette maag te halen. Soms lukt het nog een slang via de slokdarm in de maag te krijgen, maar vaak moet de maag via de rechter buikwand met een lange holle naald aangeprikt worden. Verder wordt een infuus aangelegd om de bloedcirculatie te bevorderen. Daarnaast worden medicijnen tegen de shock gegeven. In een aantal gevallen moet de hond, zo gauw de conditie van het dier het toelaat, geopereerd worden om de maag (en de milt) weer terug te draaien; hierbij wordt de maagwand, of de ophangband van de maag aan de buikwand vastgezet, om herhaling te voorkomen.Tegenwoordig wordt dit vaak via een ‘kijkoperatie’ gedaan, waarbij slechts een paar kleine openingen in de buik gemaakt worden. Hierbij moet vermeld worden dat ook bij honden die geopereerd zijn in 30% van de gevallen later toch weer een maagtorsie optreedt, waarbij de hechtingen gewoon afscheuren. Iedere hond die een maagtorsie heeft gehad, heeft een aanzienlijk grotere kans om er weer een te krijgen, dan een hond die nooit een maagtorsie heeft gehad!

De herstelfase na een maagtorsie is er één vol risico’s. Veel honden krijgen na een succesvolle behandeling problemen door beschadigingen van de maag, de lever of de alvleesklier. Verder liggen infecties en een abnormaal hoge bloedstolling op de loer. Dat is de reden dat zulke honden eigenlijk altijd een paar dagen onder observatie in een dierenkliniek moeten blijven.

Preventie van een maagtorsie is moeilijk, omdat de ware toedracht van de kwaal niet echt bekend is. Toch zijn er een aantal factoren waarvan bewezen is dat ze een rol spelen:

  • Het ras: grotere honden met een diepe borstkas, zoals Duitse dog, Sint Bernard, Weimaraner, Ierse Setter, Dobermann, Duitse herder, Berner Sennenhond, Rottweiler, lopen meer risico.
  • Eetfrequentie: hoe meer maaltijden per dag, hoe kleiner het risico. Honden die slechts één maal per dag eten hebben een grotere (uitgerekte) maag, en krijgen sneller een maagtorsie.
  • Manier van eten: schrokkerige honden lopen meer risico, waarschijnlijk omdat ze al meer lucht inslikken dan een rustige eter. Op zich kun je hier als eigenaar natuurlijk niet veel aan doen.
  • Temperament van de hond: nerveuze honden lopen meer risico.
  • Stoeien/spelen na het eten. Honden moeten rusten na een maaltijd. Eérst spelen, dan eten, dan slapen, en niet andersom! Heel bekend is het voorbeeld van de hond die uit het pension opgehaald wordt: thuisgekomen slobbert het dier een grote bak water leeg, en gaat dan in de tuin spelen en van zijn herwonnen vrijheid genieten, terwijl de baasjes rustig de vakantiespullen uit de auto ruimen, om vervolgens (te laat) hun zowat ontplofte viervoeter achter in de tuin te vinden!

Oververhitting

In Nederland is oververhitting bij huisdieren bijna altijd het gevolg van een te lang verblijf in een te warme, slecht geventileerde auto. Op zeer warme dagen kan teveel inspanning ook leiden tot een (meestal fatale) oververhitting.

Symptomen:

  • Naar adem snakken en zeer snel hijgen
  • De tong is droog, vaak paarsblauw
  • Het dier kan meestal niet staan (collaps)
  • Het dier verliest het bewustzijn

Behandeling

  • Meteen afkoelen in douche, bad of onder de tuinslang. Zet er eventueel ook een ventilator bij.
  • Eventueel alkohol op de huid smeren (eau de cologne etc) ter koeling
  • Eventueel ijswater gebruiken, maar koel niet verder af dan tot 39 gr Celcius lichaamstemperatuur
  • Laat het dier kleine beetjes drinken
  • Vervoer het dier naar de dierenarts, ook al lijkt de reanimatie geslaagd.

Complicaties

  • Oververhitting kan leiden tot toevallen en hersenbeschadigingen
  • Bloederige diarree komt vaak voor, en is een slecht teken
  • Nierfalen kan tot weken na de oververhitting ontstaan!
  • Doordat stollingsfactoren in het bloed massaal verbruikt worden bij een spontane stolling van bloed in de vaten, kan een sterk verhoogde bloedingsneiging ontstaan. Op dat moment is het dier meestal ten dode opgeschreven.

Reanimatie

Veel pogingen om een stervend dier te reanimeren falen omdat men klakkeloos technieken die bij mensen goed werken op dieren wil toepassen. De verschillen in reanimatietechnieken tussen mensen en dieren zijn klein, maar wel van groot belang voor het slagen van een reanimatie. Als je rekening houdt met deze kleine verschillen, moet je een dier net zo goed kunnen reanimeren als een mens!
Bij een reanimatie is het zaak om in een vaste volgorde een aantal punten af te checken en af te werken.

  1. Zorg voor een open luchtweg

Het belangrijkste dat een dier in leven houdt is zuurstof. Het absoluut noodzakelijk dat je eerst zorgt dat het dier een vrije passage van lucht naar luchtpijp en longen heeft.
Veel mensen zijn huiverig voor het in de keel voelen bij een (grote) hond; als er iemand is om de bek open te houden, is dit echter toch wel goed te doen.
Als het dier niet ademt moet je altijd verdacht zijn op een totale afsluiting van de luchtweg.
a. Strek de nek, probeer met de vinger de keel schoon te vegen.
b. Geef 5 of 6 porren in de buik, naar voren/boven (Heimlich manoeuvre)
c. Herhaal de keelinspectie met een vinger, doe dan opnieuw een Heimlich
d. Sla op de rug
e. Herhaal dit, maar niet te lang:
f. Indien nog steeds een afsluiting bestaat, moet de luchtpijp geopend worden (tracheotomie).

Let echter bij de reanimatiepogingen op de volgende zaken (m.a.w. blijf logisch denken):
1. Als het dier rond loopt en/of jankt/piept, is de luchtweg open !
2. Een dier in het agonale stadium is niet te redden. Agonaal wijst op een stadium waarin het dier waarin het dier af en toe naar adem ‘snakt’, zonder dat er van ademhaling sprake is. Er is meestal geen hartactie, pupillen zijn wijd en stijf, en de corneareflex (op de oogbol duwen à knipperen) is afwezig. Veel dieren worden door een eigenaar snel naar de dierenarts gebracht als ze in dit stadium zijn, omdat men denkt dat het dier nog leeft.

  1. Beademing.

Oudere reanimatie-methoden geven aan dat 1 x per 5 seconden beademt moet worden. Tegenwoordig gaat men er van uit dat 1 x per 1 à 2 seconden beademen nodig is om te voorkomen dat er flinke hersenbeschadiging ontstaat door zuurstoftekort. Bij een dier wordt beademt met gesloten bek (tong er uit!) en via de neus. Het is dus vrijwel onmogelijk om een complete reanimatie alleen te doen: je kunt niet om de twee seconden beademen zonder dat je zelf gaat hyperventileren! Een tweede persoon moet kunnen aflossen. Beademen moet zo veel mogelijk afgewisseld worden met hartmassage.

  1. Hartmassage

Als het hart stil staat, of fibrilleert (niet-effectieve trillingen van de hartspier), kan het nodig zijn om het hart via een ‘schrikreactie’ weer te laten beginnen. Je kunt het hart voelen tussen de ribben, daar waar de punt van de elleboog de ribwand raakt. Als je het hart niet voelt kloppen, geef dan een korte felle klap op het hart, om zodoende zonder stroomstoten het hart weer aan het kloppen te krijgen.Hartmassage is bedoeld om van buitenaf de pompfunctie over te nemen. In het begin is de bloedstroom door het hart zelf (via de kransslagaders) het belangrijkste doel van hartmassage. Het hart stopt met kloppen als de ademhaling gestopt is. Maar zelden stopt het hart er als eerste mee. De circulatie door het hart wordt bereikt door de borstkas samen te drukken t.h.v. de 3e tussenribruimte, met een normale hartfrequentie. 80-120 snelle compressies per minuut worden op het breedste deel van de borst gegeven (dus niet te dicht bij het borstbeen), waardoor het bloedvoorziening van het hart én de rest van het lichaam op gang gehouden wordt. Het hoofd moet liefst iets lager liggen dan de rest, om de stroom naar de hersenen gemakkelijker te maken. Eventueel kan snel een elastisch verband om de achterbenen gedraaid worden, waardoor bloed uit de benen naar de grotere circulatie geperst wordt. Afwisselend met de hartmassage kunnen buikcompressie (70-90/minuut) gegeven worden: hierdoor wordt de bloedstroom sterk in positieve zin bevorderd.
Inwendige hartmassage is de meest effectieve methode om de circulatie op gang te houden. Hierbij wordt de borstkas opengesneden en het hart met de hand gemasseerd. Vanwege de grote kans op fatale bloedingen en ontstekingen, gaan we bij dieren hier niet toe over.

  1. Medicijnen

Het toedienen van medicijnen moet in de regel intraveneus of intra-tracheaal (in de luchtpijp) gebeuren. Wordt in de regel door de dierenarts gedaan.

  1. Evaluatie

Evaluatie is de volgende stap. Vaak kan een stilstaand hart weer op gang gebracht worden, maar de oorzaken waarom het stopte zijn vaak nog aanwezig! Constante bewaking van hart en ademhaling zijn een must: vaak stopt het hart er al snel weer mee, en dan begint alles weer opnieuw.
Hart- en polsbewaking: Aan de onderliggende borstwand kun je het hart meestal goed voelen. Aan de binnenkant van de dij kun je de pols voelen.
Houd het bewustzijn in de gaten: Als je het oog aanraakt, en het dier knippert, is er meestal sprake van bewustzijn. Als je rondom het oog tikt en het dier knippert, is het dier vaak echt wakker. Dit zijn goede tekenen. De pupillen zijn een goede indicator voor de hersenfunctie:
Maximaal verwijde pupillen zijn een slecht teken. Vaak is er sprake van hersendood. Het lijkt of het dier geen irissen heeft. Zeer nauwe pupillen wijzen op pijn of verhoogde druk in de hersenen. Pupillen van ongelijke grootte wijzen op een zware hersenschudding.
Houd het mondslijmvlies in de gaten:
De CRT (=capillary refill time, de hervullingstijd van de haarvaten) is de beste manier om de functie van hart en bloedvaten te bewaken. Als het slijmvlies boven de boventanden roze is, en deze kleur keert na indrukken binnen 1 sec weer terug, dan hebben we een vrijwel normale bloedcirculatie. Bij shock of slechte circulatie zien we wit tandvlees.
Pijn of ernstige ziekte zorgen voor ‘geïnjecteerde’ slijmvliezen: de individuele bloedvaten tekenen duidelijk af. Blauwe slijmvliezen wijzen op zuurstoftekort, níet op slechte bloedsomloop. Steenrode slijmvliezen wijzen op stagnatie van de bloedsomloop. Bij een dood dier kun je alle bovenstaande mogelijkheden tegen komen.

  1. Zodra de toestand gestabiliseerd lijkt moet het dier naar de dierenarts !

Shock

Wat is shock ?

Shock is een term die gewoonlijk gebruikt wordt om een ernstige ontsporing binnen het lichaam aan te duiden: een (zeer) slechte circulatie van bloed. De bloedsomloop brengt zuurstof naar de weefsels en dus naar de lichaamscellen. Zonder zuurstof beginnen deze cellen af te sterven. Deze celdood begint in sommige organen zeer snel, en hierdoor wordt de shock ook nog verergerd.

Het bloed stroomt via slagaders naar de weefsels (organen,spieren enz.) toe, en via aders terug naar het hart. Op elk willekeurig moment wordt slechts een klein gedeelte van al die bloedvaten gebruikt, de rest is gesloten en dient als reserve, bv voor het geval dat er lokaal een verhoogde behoefte aan bloed is (bv bij ontstekingen).

Dieren in shock hebben meestal bleke slijmvliezen, koude oren en voeten en een snelle zwakke hartslag. Shock kan op vele manieren ontstaan. We zullen er enkele bespreken.

  • Hypovolemische shock:een tekort aan circulerend volume bloed, zoals we zien bij (ernstig) bloedverlies. Bij bloedverlies kan minder bloed naar de hersenen, spieren, organen enz stromen. Het lichaam heeft een veiligheidssysteem (via het autonome zenuwstelsel) dat er voor zorgt dat bloed naar de vitale organen wordt geleid (hart, hersenen), en dat andere delen slechter doorbloed worden (huid, darm). Gedurende dit proces gaan de cellen in deze minder vitale delen van het lichaam als het ware schreeuwen om zuurstof, en uiteindelijk afsterven.
    Hierdoor gaan de extra bloedvaten in het lichaam massaal open. Het resterende bloed kan deze vaten niet zodanig vullen dat er een bloeddruk ontstaat; het blijft gewoon in deze vaten staan. Alleen bij voldoende druk kan bloed stromen, maar die druk is er nu juist niet. Het gebrek aan circulatie dat we nu hebben, is shock.
  • Neurogene shock:de hersenen kunnen in ernstige situaties een shockreactie op gang brengen, waarbij (ten onrechte) een signaal aan de spiertjes rond de bloedvaten gegeven wordt om zich te verwijden, zodat de bloedvaten allemaal open gaan. Dit veroorzaakt zeer sterke bloeddrukdaling en dus slechte circulatie, alhoewel de totale hoeveelheid bloed in dit geval normaal is. We zien dit o.a. bij hevige schrikreacties, elektrische schok en hoofdletsel.
  • Cardiogene shock:het falen van het hart in z’n pompfunctie is een reden voor een slechte bloedsomloop en een slechte zuurstofvoorziening van de weefsels. Dit leidt tot verhoogde vraag naar zuurstof, waardoor de bloedvaten zich openen, en er nog slechtere circulatie ontstaat. Het dier ‘verbloedt’ als het ware in z’n eigen ‘reserve’vaatbed.

Andere oorzaken van shock zijn: infekties, tumoren, vergif, verdrinking, extreme kou, oververhitting en overgevoeligheidsreakties (bijensteken, entreacties). Shock zien we vaak bij trauma (aanrijdingen enz.).

Een goede methode om shock vast te stellen, is het bekijken van de kleur van het tandvlees en het meten van de CRT, de her-vullingstijd van de haarvaten. De CRT is tijd die verloopt tussen het loslaten van het ingedrukte tandvlees, en het terugkomen van de roze kleur. Hoe langer, hoe slechter dus! Normaal is de CRT 1 sec. of minder, terwijl meer dan 3 sec. wijst op een levensbedreigende toestand.
Normaal is het tandvlees mooi roze. Een hond met veel pijn heeft geïnjecteerde slijmvliezen: we zien tegen een roze achtergrond duidelijk vaattekening. Een dier in shock heeft bleke of witte slijmvliezen. Let ook eens op de poten: de ondervoeten worden bij shock meestal erg koud. Hetzelfde geldt voor de oren.

Hoe behandelen we shock ?

Shock houdt in dat de weefsels te weinig zuurstof krijgen; dit ten gevolge van slechte circulatie of te weinig bloed in de bloedsomloop. Het volumegebrek vangen we op door de bloedvaten te vullen met infuusvloeistof. Het zuurstofgebrek kan verminderd worden door te beademen met pure zuurstof, iets wat in de kliniek goed kan, maar thuis bijna nooit. De circulatie wordt in de kliniek hersteld door zo snel mogelijk zo veel mogelijk vloeistof toe te dienen, eventueel zelfs via meerdere intraveneuze katheters. Als noodoplossing kunnen de achterpoten en de buik zo strak mogelijk in elastische zwachtels gedraaid worden, om zoveel mogelijk bloed naar de vitale organen te leiden.

Vervolgens wordt, indien mogelijk, uiteraard zo snel mogelijk iets aan de oorzaak van de shock gedaan.

Trauma

Pas op bij het behandelen van dieren met verwondingen: ze hebben vaak veel pijn, en bijten dan erg hard! Doe een bandje om de snuit als het nodig is: niemand heeft wat aan een hulpverlener met kapotgebeten handen!

Vergiftigingen

Giftige stoffen komen het lichaam binnen door:

  • opeten/drinken
  • inademen
  • absorptie via de huid
  • (per abuis) injecties

Spoedbehandeling:

De behandeling is sterk afhankelijk van het soort gif. Het is altijd zeer belangrijk om de oorzaak van de vergiftiging te achterhalen, alhoewel dit niet altijd lukt. Neem medicijnflesjes, verpakkingen, braaksel en ontlasting mee naar de dierenarts.

Bij iedere vergiftiging, of verdenking daarvan, moet zo snel mogelijk een dierenarts geraadpleegd worden, voordat men zelf een behandeling instelt. Bij sommige soorten gif moet men het dier laten braken, terwijl dat bij andere soorten gif juist niet mag!

Veel voorkomende gifstoffen:

  • Aspirine: zeer giftig voor katten. Opwinding, krampen, braken, kwijlen en bloederige diarree zijn de meest voorkomende verschijnselen.
  • Organische fosfaten: Bolfo en Exil vlooiendruppels. Verschijnselen: kwijlen, urineren, krampen, traanogen, diarree, kleine pupillen, spiertrillingen, wankelend lopen en toevallen. Tegengif: atropine.
  • Stollingsremmers zoals rattengif. Neem als het kan de verpakking mee naar de dierenarts want het type gif is van belang voor de lengte van de behandeling. Verschijnselen: algehele malaise, zwakte, bleke slijmvliezen. Verder: bloedingen uit de neus, het tandvlees, uit onbeduidende wondjes, bloed in de urine en/of ontlasting en/of het speeksel. In ernstige gevallen ziet men een acute collaps ten gevolge van bloedingen in de longen of in de buik.
  • Chocolade: cacaopoeder voor warme chocolademelk en pure chocolade in flinke hoeveelheden zijn giftig. Verschijnselen: braken, diarree, hyperactiviteit, rusteloosheid, spiertrillingen, toevallen en een zeer snelle hartslag.
  • Antivries (ethyleenglycol): Malaise, wankelen, braken en heel vaak plassen zijn de belangrijkste symptomen. Eén theelepeltje is dodelijk voor een kat, één eetlepel voor een hond !!!
  • Slakkengif (Metaldehyde). verschijnselen: angst, spiertrillingen, schokkerige oogbewegingen (nystagmus) en oververhitting.
  • Pyrethrine (bepaalde vlooienbestrijdingsmiddelen) is giftig voor katten bij opname via de mond. Wordt vaak gezien na het toepassen van hondenmiddelen op katten!Verschijnselen: krampen, kwijlen, braken, wankelend lopen, achterover buigen van de kop. Behandeling: plaats waar vlooiendruppels voor de hond zijn toegediend goed wassen!
  • Strychnine (mollengif): wettelijk verboden. Werd vaak als middel gebruikt om huisdieren moedwillig te vergiftigen. Verschijnselen: toevallen, extreme spierstijfheid, overgevoeligheid voor geluiden. Veroorzaakt een zeer pijnlijke dood.
  • Padden: het gif zit in het huidslijm van de pad. Verschijnselen: kwijlen, gezwollen rode slijmvliezen en toevallen. Met name in Zuid-Europa komen regelmatig dodelijke vergiftigingen voor!

Altijd telefonisch bereikbaar via 0499 - 374 205